Kwartierstaat Peter Ruimschotel
Ruimschotel Overakker
HomeInloggenZoekenGezinnenMultimediaRegistreer u als een nieuwe gebruikerContact

het woord ruimschotel

2 juni 2011 21:05 - Prodique

HET WOORD

RUIMSCHOTEL

In dit blog zal ik ingaan op het woord RUIMSCHOTEL, de blauw afgedrukte woorden zijn van mij en de zwarte zijn citaten

ONDERZOEK    Toen ik met mijn onderzoek begon naar de geschiedenis van de familie, van de familienaam en het woord Ruimschotel had ik geen flauw vermoeden dat het woord al bestond en dat er zelf polemieken waren geweest hoe je de naam en het woord moest interpreteren. In het Frans-Oleamsch (Vlaams/Hollands) Dictionaire stond (zie afb. rechtsonder)

 

        


Het woord betekende op zijn gunstigs vrijgevig, liberaal en ongunstig verkwister. Er bleken spreekwoorden te bestaan met het woord ruimschotel er in. Hooft, Bredero en Vondel hadden onder andere het woord gebruikt in hun boeken. De inhoud van hun boeken worden al eeuwen lang zin voor zin en woord voor woord besproken. Dat men het niet altijd eens is over interpretatie van een woord of zin blijkt uituit onderstaand citaat uit het tijdschrift Vaderlandse Letteroefeningen (1844).

 

Bl. 85. Vaderlandse Letteroefeningen. G.S. Leeneman van der Kroe en J.W. IJntema, Amsterdam 1844

 Ruimschotel. De Heer de vries wil hier eenen gewijzigden vorm zien van het woord ruimschotig, zoo als verstandel en vernuftel voor verstandig en vernuftig bekend zijn. Maar was dat woord gebruikelijk? Ruimschoots is bekend; ruimschotig luidt vreemder. Bilderdijk zegt ook: ‘Hooft zocht hier eene vis comica in dit woordverbasteren.’ De voorbeelden, door de vries aangehaald, zouden eerder doen denken, dat wel degelijk het Uitl. Woordenb. op hooft gelijk heeft in de verklaring: die ruime schotels heeft of geeft. Overal staat het met brassen en overdadig leven in verband: ruimschoteld verslempen, lekkernij, die ruimschotel maakt, een' ruimschotel opzoeken, om diens goed op te helpen. Heeft de gelijkheid van klank welligt het eerst aanleiding gegeven tot het vormen van het woord, ik geloof niet, dat het als eene verbastering te beschouwen is, maar als eene opzettelijke vorming uit het woord schotel.

 hieronder is een etymologische weergave van het woor RUIMSCHOTEL

 

 omgezet in leesbaar schrift staat er het volgende

znw. m. en vr. Uit Ruim (I) en Schotel. Iemand die uit een ruimen (d. i. een grooten of vollen) schotel eet of ruime schotels opdischt, die royaal opschept, en vandaar: een doorbrenger, een verkwister. Verg. het door CATS gebezigde ruimkeuken voor een verkwistende vrouw (zie bij RUIM (I), Samenst.). In Veelderh. Gen. Dicht. 103 komt Ruym-schotel voor als eigennaam (van ”Aernouts broeders”) naast Spil penningh, Spaert niet, Deur-slagh e.a. De bewering van P. LEENDERTZ Jr. in zijn Aanteekeningen op HOOFT'S Warenar (Zwolsche Herdr. blz. 102 vlg.), dat het eerste lid van ruimschotel oorspronkelijk een werkwoordelijke stam zou zijn geweest (van ruimen: leegmaken) en dat het woord dus eigenlijk zou beteekenen: ”iemand die de schotels ruimt, leegmaakt” kan kwalijk juist zijn, wanneer men de bovengenoemde samenstelling ruimkeuken vergelijkt, waarin het eerste lid moeilijk anders dan het bnw. wezen kan. Ook de bedenking van DE VRIES (Warenar blz. 85), of ruimschotel niet een gewijzigde vorm van ruimschotig zou kunnen zijn (verg. verstandel naast verstandig, vernuftel naast vernuftig) wordt nergens door gesteund.

— Thans verouderd.                                                                                                       

Ruimschotel. … Een die rijkelijk leeft. Vn prodiguc, qui est trop libéral, un dépensier, un ruïnemaison,   HALMA.— Het is een ruimschottel,   V. WINSCHOOTEN, Seeman 215 [1681].Hy is een regte ruimschotel,   HALMA.— (Zij) beraetslagen om weder een anderen deur-slag ofte ruym-schuttel met veel goeds te gaen soecken om dat te verminderen end' op te helpen,   V. SANTEN, Lichte Wigger II.— In de volgende plaats als bnw.: verkwistend; verg. RUIMSCHOTELD.

Dat leckerny soo groot was van ghewelt Dat sy den spaer'ghen maeckt ruym-schuttel met haer ghelt,   COSTER 168 [1615].Afl. RUIMSCHOTELEN, rijkelijk opdisschen; in de volgende plaats als een (onjuist) archaïsme gebruikt.

Er werd dan (t.w. op kraammalen enz.) geruimschotteld,   SCHOTEL, Oud-Holl. Huisg. 46.© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1922.


Toch had meneer de Vries wel degelijk gelijk (zie het stukje hierboven) toen hij meende dat het deel ruim in ruimschotel oorspronkelijk leegruimen betekende. De Duitsers die veel meer studie hebben gemaakt naar de betekenissen van namen (de beste studie over Nederandse namen is door een Belg gedaan en die heeft zich beperkt tot Zeeland), hadden dit te zeggen over ruimschotel :

Onze boywonder op namengebied is Meertens en oh boy wat zit die er vaak volkomen naast)en die in de 19e eeuw al uitgebreide studies pubiceerde betreffend achternamen (nou moet gezegd worden dat een groot deel van onze bevolking pas net een achternaam had en dat in provincies als Noord- en Zuidholland, Groningen en Friesland men elkaar duiden met patroniemen ipv achternamen, Provincies als Gelderland (cultureel meer gericht op Duitsland in de voorgaande eeuwen en Brabant en Limburg (meer op België gericht, dat lange tijd  ver vooor liep t.ov. de Noordelijke Lage Landen)had een groot deel can de bevolking  al sinds de middeleeuwen een achternaam), Meer hier over in het blog Ruimschotel als familienaam (ipv als nb bijnaam)

VERTALING VAN RUIMSCHOTEL    Vertaald in het Frans is ruimschotel dus prodigue, vertaald in het Engels is het Prodigal (denk aan de prodigal son -de verloren zoon, die ook een verkwister was en die desondanks door zijn vader met alle liefde werd ontvangen, tot grote ergernis van de brave broers, die hun vader hadden gehoorzaamd en geëerd, maar desondanks niet werden beloond met meer liefde en respect van hun vader). 

 

Ruimschotel in het Fries Dat wordt vertaald rijskittel en in het Latijn vertaald met copiosa et molli vta wat zoveel wil betekenen als het goede en zachte leven wat een heel andere betekenis heeft dan verkwister, maar dat kan want zoals uit het voorgaande en onderstaande blijkt, men kan vele kanten op als het gaat om de betekenis van "één regte ruimschotel.

 

. c. Van Santen, Lichte Wigger (1617) aan het slot van den Inhout: ' zy beraetslagen om weder een anderen deur-slag ofte ruym-schuttel met veel goeds te gaen soecken om dat te verminderen end' op te helpen." In het Uitl. Woordenb. op Hooft leest men deze verklaring: » die ruime schotels heeft of geeft," en bij Weiland: «iemand, die steeds uit ruime schotels eet, en dus onnoodige kosten maakt, een verkwister." Ik geef echter in bedenking, of niet het woord oorspronkelijk ruimschotel zij, als gewijzigde vorm van ridmschotig, zoo als verstandel en vernuf tel voor verstandig en vernuftig bekend zijn. Ruimschotig zal dan tot ruimschoots behooren en even als dit afkomen van schoot d. i. het touw, waarmede de schipper het zeil aanhaalt en viert. Ruimschoots toch is eigenlijk van een schip gezegd, dat met ruim gevierden schoot voor den wind af zeilt, en het ruimschoots zeilen is derhalve de voordeeligste stelling, die een vaartuig genieten kan.

Hét gemeen heeft dan in het woord ruimschotel, als in honderd anderen, eene aardigheid gezocht, door er bij aan schotels te denken, en op dien grond, naar de platte volksuitspraak van schotel, het woord voorbedachtelijk in ruimschottelt bedorven, met de T lot steun der uitspraak.

Bl. 3 reg. 6 T. Ruimschot telde d, i. mild of ook Wel overdadig, verkwistend. Hooft vertaalt de woorden van acitus copiosa et mollis vita door een ruimschootelt en zacht leeven (Jaarb. bl. 226). De denkbeelden toch van rijkelijken overvloed en overdaad hangen naauw te zamen. In den laatsten zin komt het woord ook voor bij Bredero, Klucht van de Koe bl. 8:,

 

RUIM & SCHOOT(EL)  Dat het zoveel betekenissen heeft komt omdat het niet alleen samengesteld is uit het woord Ruim en uit het woord Schotel, maar volgens sommige ook Ruim en Schoot. In de volgende blog zal ik de deze twee woorden uitgebreid behandelen, maar nu volsta ik met te zeggen dat het woord ruim vaak liberaal, vrijgevig, mild en ruimdenkend betekent en dat die betekenissen worden versterkt in het woord ruimschoots (samengesteld uit ruim en schoot -het laatste een begrip uit het zeilen) en als men meent dat het zelfstandig naamwoord van ruimschootig, ruimschotel is (zie polemieken), dan snap je hoe het woord ruimschotel verkwister én ruimdenkend persoon kan betekenen.

HERBERG DE RUIME SCHOTEL    Iemand echter die nog nooit heeft gehoord van deze betekenissen zal al snel zal geneigd zijn om in het woord een persoon te zien die er een Bourgondische levensstijl op na houdt; want om in iemand die uit ruime borden eet nu direct een verkwister te zien, heeft men denk ik toch een wat calvinistische benadering van het leven, iets wat bij de schrijver van dit artikel, god-zij-dank (heheheh) ontbreekt. De lekkerbek betekenis vindt men weer terug in de zin Copiosaa et Molli Vita.  Zo dacht men in De familie R. dat onze groot, groot, groot......etc. vader mogelijk een waard was die de herberg de Ruime Schotel uitbaatte.

 

LEEG RUIMEN VAN HET BORD  Als men denkt door de bomen het bos niet meer te zien wordt het er niet gemakkelijker op als men leert dat het werkwoord ruimschotelen de betekenis heeft van het "ruimen van iemands bord", het lichter maken van een persoon door hem (of haar) te ontdoen van zijn (ok ok of haar)goederen).  Denk aan leeg ruimen, ook bekend als deurslagh. een ruimschotel wordt dan de schlemiel op wiens kosten men feesten kan en op weg naar de uitgang neem je nog eens de spaarcentjes van de niets vermoedende gastheer mee terwijl deze nog zo vriendelijk is om je geld te geven voor de bus (ware het niet dat ie zijn centjes niet meer kan vinden). De schmuk. 

 

ruym-schotelt (= ruim geschoteld), van ruime, groote schotels voorzien (of ruim

           van schotels voorzien?), rijk, royaal, verkwistend 1). Vgl. Hooft, Jaarb. 226, waar

           hij Tacitus copiosa et mollis vita vertaalt door een ruimschootelt en zacht leeven;

           Brederoo I, 223, 305: Ick prijs niet datmen 't geld ruymschottelt verslempt.

           Hiernaast een bnw.-zelfst. nw. ruimschotel bij Coster, 168, 553: Docht ick

           dat leckerny soo groot was van ghewelt dat sy den spaer'ghen maeckt ruym-

           schuttel met haer ghelt; V. Santen, Lichte Wigger (inhout) : Een deurslag ofte

           ruym-schuttel (evenzoo in Veelderh. Geneuchlijcke Dichten, bl. 103: Ruym-schotel

           als synoniem van Deur-slagh); Winschooten, 215: Het is een ruimschottel;

           Halma, 552: Hy is een regte ruimschotel, it est un vrai prodigue; vgl. fri. rij-

           skit' tel, verkwister (rij = verkwistend, niet zuinig); V. Ghistele, 231: This een

           stortschotel, hi en acht gheen ghelt; Kiliaen : quist-schotel, prodigus; vraagschotel

           in Antw. Idiot. 2271. Zie Ndl. Wdb. XIII, 1727-1728; De Vries, Warenar,

           bl. 84; V. Lessen, 137.

                                               G. A. BREDEROO'S

          MOORTJE UITGEGEVEN EN TOEGELICHT DOOR       DR F. A. STOETT Aan

          Dr H. J. Eymael

          http://www.dbnl.org/tekst/bred001moor02_01/pag/bred001moor02

 

 

FAMILIENAAM  Met deze laatste betekenis zijn we weer terug bij de betekenis van de familienaam: het leeghalen van iemands bord m.a.w. het eten uit zijn mond stoten en minder letterlijk het roven van iemands goederen. Alleen is bij de familienaam de ruimschotel de dader terwijl bij de laatste betekenis de schoen aan de andere voet zit. Mocht de dader tenminste zo vriendelijk zijn om het slachtoffer nog met schoenem te laten, want één ding is zeker als het om de betekenissen van Ruimschotels gaat: er is altijd sprake van extremen. Als weldoener, ruimdenkend persoon, slachtoffer of dader.

 

 

RUIMTE-SCHOTEL  Degene die in het woord of in de naam een verwijzing zien van een vooruitziende betovergroot-ouder die de de ruimtevaart al had voorzien terwijl het uurwerk in die tijd de meest gecompliceerde uitvinding was die men had, moet zich laten nakijken. Over die gekken die speculeren dat mijn voorvaderen een ruimteschotel hadden gezien, of nog erger, zich in één hadden verplaats maak ik geen woorden vuil.

behalve dan dit: "men" spreekt overigens van eene vliegende schotel of een ruimteschip/-vaartuig, dus behalve koekoe is degene die hiermee komt ook nog slecht in zijn moers taal.

Een grapje?  "Men" maakt een grapje? Oh..ja die is goed! Heel orgineel hoor.

 

 

 

 

 



rr                  


Hosted by Voorouders.net   Powered by Family Tree PHP 1.2 © 2009-2011 Gerrit Veldman